Behang-en-papierrestauratie


 

 

 

 

 

 

 

 



De restauratie     Het blauwe behang    De deur- en schouwstukken

 

De toestand vóór restauratie

Vooral het rode behang heeft zeer erg geleden onder de lange leegstand van het kasteel. De intense rode kleur is op veel plaatsen zo goed als verdwenen door de al te lange blootstelling aan een veel te hoge vochtigheid en aan te fel licht.  

De hoge vochtigheidsgraad heeft bovendien een schimmelwoekering op gang gebracht, die de grootste schade heeft aangericht.

Zowel de kleur als het papier zelf en de lijmstoffen verkeerden in een vérgaande staat van degradatie.

De behangsels waren hier en daar van de muur of van hun onderliggende dragers losgeraakt. Het schadebeeld omvatte ook scheuren, gaten en grote vervormingen. Plaatselijk  waren er eveneens fragmenten verloren gegaan.

Het behang was niet rechtstreeks op de muur aangebracht, maar op een linnen bespanning gekleefd die op houten tengellatten was genageld. De latten zelf waren door middel van grote ijzeren krammen tegen de muur vastgemaakt. 
Een sierlijst onttrok de meeste spijkers aan het oog, maar waar geen sierlijst meer was, wezen roestsporen op de aanwezigheid van een waar leger spijkers.
Demontage en transport

Een behang met een oppervlakte van om en bij de 120 m² van de muur verwijderen en naar het atelier brengen is geen evidente zaak.Het behang is samengesteld uit meerdere, naast elkaar aangebrachte banen. Deze sluiten qua decor wel mooi bij elkaar aan, maar niet noodzakelijk in een strikte of logische volgorde.

De banen werden op een textiele drager gekleefd, die op tengellatten voorgespannen was en voorzien van een grondpapier.

Om de behangsels uiteindelijk te verwijderen werd volgend procédé uitgestippeld en voorbereid.

De naden tussen twee behangselbanen werden losgemaakt en de achterliggende textieldrager werd doorgesneden, zodat de banen één voor één van de muur verwijderd konden worden. De breedte van de behangselbanen is 1,80 m en hun hoogte varieert tussen 3,45 m en 3,50 m, wat behoorlijk lang is.

De banen oprollen was uitgesloten vanwege hun zeer fragiele toestand en vanwege de zeer hoge vochtigheidsgraad van het papier. Daarom werd besloten om aangepaste ramen te maken die met kunststofgaas werden bespannen en waarop het papier kon rusten.

Zo konden alle achttien banen afzonderlijk horizontaal worden gestapeld in een daartoe eveneens speciaal ontworpen stapeltoren. Die stapeltoren kon dan in zijn geheel naar het atelier worden getransporteerd.

De restauratie

Voorbereiding

Omdat de behangsels nog steeds een hoge vochtigheidsgraad hadden, dienden ze eerst zo goed mogelijk te drogen. Daartoe werden de houten wanden van de stapeltoren losgemaakt, zodat de lucht vrij kon circuleren tussen de verschillende niveaus. Na de droging werden de wanden terug aan de toren vastgemaakt en werd een schimmelwerende vergassing uitgevoerd.

Behandeling

Er werd baan per baan gewerkt op een voor deze gelegenheid speciaal geconstrueerde werktafel.

Hoewel de stukken reeds een wekenlange schimmelwerende behandeling hadden ondergaan, werd ernaar gestreefd om gedurende het gehele verdere procédé nog zo veel mogelijk sporen te elimineren.

Niet enkel het textiel vertoonde donkere schimmelspotten. De voorzijde was eveneens over de gehele oppervlakte bedekt met een donzige schimmellaag.

Met een heel voorzichtig uitgevoerde droge reiniging kon al heel wat schadelijk materiaal verwijderd worden. Extra voorzichtigheid was geboden omdat het oppervlak van het behangselpapier heel erg vervormd was na de droging. Dit had alles te maken met het onderling loslaten van de verschillende dragers en het decoratieve papier.

De zones met de rode kleur vertoonden veel haarscheurtjes en losliggende schilfers. Hier was het zelfs onmogelijk om droog te reinigen.

Bij de vochtige behandelingen, welke weliswaar tot een strikt minimum werden herleid, werd steeds rekening gehouden zowel met de watergevoeligheid van de kleuren als met het risico dat een te lange vochtbehandeling de achtergebleven schimmelsporen terug zou kunnen activeren.

Daarom werd, zeker in het geval van het rode behang, zoveel mogelijk gecontamineerd materiaal verwijderd: het westerse papier alsook twee lagen Chinees papier, die eigenlijk veel onzuiverheden en houtsplinters bevatten, en zoveel mogelijk oude lijmsporen.

De meeste van deze papierlagen konden bijna droog verwijderd worden. Hier en daar hadden ze nog wat hechting met het originele papier maar zelfs op deze plaatsen had de lijm weinig of geen kleefkracht meer.

Daar waar lacunes waren, werd een gelijkaardig vooraf getint papier ingepast.

Het behang werd over de gehele oppervlakte via de rugzijde voorzien van een eerste laag zeer dun Japans papier. Dit had als doel de behangselbanen, die soms heel erg vervormd waren, voldoende te verstevigen om ze terug in een goede vorm te krijgen.

Naderhand werd het geheel nogmaals voorzien van twee lagen iets zwaarder Japans papier.

Eigenlijk werden de behangsels voorzien van evenveel lagen papier (van gelijkaardig gewicht maar een betere samenstelling) als origineel het geval was.

De behangselbanen werden onder lichte druk gedroogd. Vooraleer de droging totaal was, werden ze op een Japans droograam bevestigd om daar vlak te worden.

Montage en afwerking

Vooraf werd beslist om de behangsels niet op de vroegere wijze terug te plaatsen. Er werd geopteerd voor de Japanse Karibari-methode. Dat is een mooie en duurzame manier waarbij men werkt met een drager die bestaat uit een raamwerk van gevlochten cederhout waarop aan beide zijden verschillende lagen papier, ieder op een specifieke wijze, worden aangebracht. Een dergelijke drager is zeer stabiel. Hij vormt als het ware een buffer, die de onvermijdelijke kleine bewegingen van het beschilderde papier (krimp en uitzetting ten gevolge van kleine schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid) opvangt en neutraliseert.

Tien van de achttien banen werden op deze Japanse Karibari-ramen gemonteerd. De afgewerkte panelen zullen afzonderlijk tegen de muren worden bevestigd, ervoor zorgende dat er nog steeds een spatie tussen muur en raamwerk is.

Voor de lange muur in de grote salon werd, gezien de aanzienlijke breedte van het geheel, de voorkeur gegeven aan een Shitabari.  Dat is identiek aan de Karibari, maar het houten raamwerk wordt eerst rechtstreeks tegen de muur bevestigd. Daarna worden ook hier verschillende lagen papier op aangebracht en ten slotte worden de banen Chinees papier ter plaatse opnieuw behangen.

Daar waar nodig werden retouches uitgevoerd. In grotere lacunes werd de tekening vervolledigd voor zover het motief zichzelf uitwees.


© Rosemie Cheroutre, Chebie Productions bvba, E. Gevaertdreef 10A, 9830 Sint-Martens-Latem


© 2001-2002  De Notelaer  Notelaerdreef 2  2880 Bornem (Hingene) -Telefoon/Fax +32 (0)3 889 69 20 E-mail info@notelaer.be